De theorie daarover kende ik al, maar ik kon me tot voor kort niet voorstellen dat het mij in de praktijk ook zou overkomen. Tijdens de vlucht moest ik een speciale kap op het hoofd dragen waardoor ik alleen nog maar mijn instrumentpanel kon zien, maar naar buiten kijken was onmogelijk. En doordat je niet naar buiten kunt kijken, kun je dus ook de horizon niet zien en heb je dus geen referentie over de stand van je vliegtuig.
“Doe maar een bochtje over links naar koersje oost, met een helling van 15 graden” instrueert Steef, mijn instructeur.
Prima. Ik rol aan. Ik kijk alleen maar naar mijn instrumenten.
“Neus ophouden want je daalt nu” roept Steef.
Ik trek aan het stuur. Pfft… lastig hoor zo zonder referentie van de horizon.
“Niet te veel trekken, want je stijgt nu”
Met moeite krijg ik de neusstand horizontaal. Als ik bijna pal oost vlieg stuur ik weer terug om precies oostelijke richting te blijven vliegen. Voor mijn gevoel vlieg ik nu prima. Ik kijk naar mijn instrument waarop de stand van de vleugels te zien is. Hee… dat is raar. Volgens het instrument vlieg ik scheef. De rechtervleugel wijst een stukje naar beneden en de linker dus automatisch een stukje omhoog. Ik stuur een beetje bij totdat volgens mijn instrumenten de vleugels weer beide horizontaal staan, maar voor mijn gevoel vlieg ik nu scheef. Ik moet de neiging onderdrukken om op basis van mijn gevoel te gaan vliegen, want dat gevoel is niet juist. De instrumenten wijzen de juiste stand aan. Het is me al tientallen keren tijdens mijn theorie-opleiding verteld: vertrouw altijd je instrumenten! Door gewenning van de stand van het vliegtuig in de bocht, voelt het bij het rechtuitvliegen alsof je scheef vliegt.

De desoriëntatie is helemaal compleet als ik na 20 minuten de kap af mag zetten.
“Vlieg maar terug naar het veld”.
Ik kijk naar mijn instrumenten: het kompas en de ADF. Ik pak mijn kaart erbij en kijk om me heen. Links een grote vlakte met water. Dat moet het IJsselmeer zijn. Rechts een beetje water met een stad en een brug. Lijkt me Harderwijk. De ADF wijst pal noord. Ik pak de kaart erbij, maar ik zie het niet. Door alle blinde bochten ben ik mijn richtingsgevoel even helemaal kwijt en dan ineens zie ik het! Recht voor me ligt het vliegveld!