En dan sta je ineens in zo’n gebouw: allemaal van die kleine koters die je verbaasd aankijken of met een rotgang op hun skeltertje over je schoenen racen.
We worden door de enige mannelijke medewerker in het kinderdagverblijf rondgeleid. Enthousiast laat-ie ons zien hoe leuk ze het allemaal hebben georganiseerd en hoeveel speelruimte de kinderen buiten hebben in tegenstelling tot andere kinderdagverblijven. In een van de “lokalen” krijgen we de slaapruimtes te zien en ook de “verschoningsruimte”. Hoempfff….. zo, dat stinkt daar! Ik hoop voor zo’n begeleidster dat je het al snel niet meer ruikt.
“Hier doen we zindelijkheidstraining.”
“…”, ik kon me nog net inhouden. We? Ik neem aan dat met “we” de kinderen worden bedoeld en niet de begeleiding.

Tja, inmiddels hebben we ons ongeboren kind ingeschreven. Nu maar afwachten of we straks op tijd een plek hebben voor de kleine.