In Nederland zijn twee instanties aangewezen om het vliegverkeer boven Nederland in goede banen te leiden: Luchtverkeersleiding Nederland en de Koninklijke Luchtmacht. In luchtvaartjargon heten beiden respectievelijk Amsterdam Info en Dutch Mil. Als je boven Nederland vliegt, dan heb je altijd met een van deze twee instanties te maken (tenminste als je niet binnen de grenzen van een vliegveld zit).
Dutch Mil bestaat al sinds 1949. Sinds de koude oorlog is het gevestigd in een bunker. Eenmaal in de bunker kom je, na verschillende deuren van een halve meter dik te zijn gepasseerd, in een grote ruimte met allemaal beeldschermen: computers en radarschermen. Van elk vliegtuig met een vliegplan kun je precies zien wie het is, waar-ie vandaan komt en waar-ie naartoe gaat. Ook zie je de geplande koers, waardoor het mogelijk is te zien of het toestel mogelijk in botsing kan komen met een andere.
In de bunker zitten tegenwoordig ook bijna alle verkeersleiders van de militaire vliegvelden gevestigd. Ze zitten dus niet meer op de toren op het veld, maar ergens een paar honderd kilometer verderop in een bunker.

Het is leuk om nu eens ‘de andere kant’ te zien: wie zijn die jongens en meisjes tegen wie je altijd praat. En: ‘wat vinden ze van ons, de niet-militaire vliegers?’ Aan de hand van verbetertips wordt het wel duidelijk dat het hun niet veel uitmaakt: een kist is een kist, maar je moet alleen wat geduldiger zijn als het druk is.

Mijn zwager vertrok gisteravond naar Jakarta. Op de radar konden we ‘m helemaal volgen tot over de grens. Leuk om te zien hoe snel een vliegtuig Nederland uit is.